KNA Kroniek (1930-1942)

|1921-1930||1930-1942||1945-1960||1960-1980||1980-1998|

1930-1942
Moeilijke tijden breken aan voor Kunst Na Arbeid

Van crisis naar oorlog

De Duitse Mark daalde tot een dieptepunt in waarde, de westerse beurzen crashten, de economie liep vast en de prijzen stegen net zo snel als de werkloosheid. Dit is het beeld van de jaren dertig, de crisisjaren. Ook voor KNA brak een moeilijke tijd aan. Ondanks de tien of vijftien cent contributie was het voor meerdere leden toch moeilijk om dit bedrag wekelijks af te dragen, vertelt Dirk Vuijk, zoon van de oprichter van KNA.

Na het mislukte concours in Hoog-Blokland van 1927 ging het bergafwaarts met KNA. Toen het ledenaantal in 1927 terugliep van 19 naar 14 leden in 1930 werd de vereniging ontbonden.

KNA op het concours in Hoog-Blokland, 1927

Na twee jaar begon het bij sommige liefhebbers echter weer te kriebelen. Op 25 april 1932 werd KNA opnieuw opgericht. De instrumenten werden weer uit de kast gehaald en voor twintig cent per week konden de muzikanten weer bij KNA komen spelen.

Dit bedrag bleek al snel te hoog en werd in 1933 verlaagd tot vijftien cent. Ook dit bedrag gaf voor sommige leden problemen: Op de jaarlijkse vergadering moest penningmeester Johan Hakemulder verslag uitbrengen en dan was hij of ziek of zo nerveus dat hij bijna flauwviel van angst of onlust om de namen te moeten opnoemen van de achterstallige betalers, zegt Vuijk.

Of de financiële crisis een reden was voor de tweede ontbinding van de vereniging in 1936, is niet bekend. Het notulenboek meldt slechts de datum van de wederoprichting, 1938. In de tussentijd was het stil rond KNA. Medeoprichter en voorzitter Cornelis Vuijk stierf in deze periode. Na zijn dood hebben een aantal oud-leden het initiatief genomen om de vereniging weer op poten te zetten. Ze wierven 21 nieuwe leden, gaven de instrumenten een opknapbeurt en vroegen een vergunning om donateurs te werven. In datzelfde jaar gaf KNA alweer een publiek optreden weg met het muzikaal begeleiden van de Lampionnenoptocht.

Donkere oorlogsjaren

Deze voorspoed werd echter al snel de kop ingedrukt door de dreigende oorlog. In afwachting van de spannende ontwikkelingen in de buitenlandse politiek repeteerde KNA gewoon door. Toen op   10 mei 1940 de oorlog voor Nederland een feit was, besloten de leden een periode van anderhalve maand niet te repeteren.

De vereniging kon de stilte echter niet goed verdragen en na een periode van rust liet zij weer dubbel en dwars van zich horen. KNA is niet te stoppen, schrijft de secretaris op 3 augustus 1940 in het notulenboek. De vereniging gaat door met het geven van concerten in de omgeving en als dirigent Klemann in de winter door de verduistering niet meer kan komen dirigeren, neemt muzikant Rinus Deelen zijn werk over.

Mede door de hevige kou laat het repetitiebezoek te wensen over. Daarom introduceert de secretaris in 1941 een nieuw motto: Iedere repetitie present geeft een tevreden dirigent. Deze dirigent is niet meer de heer Klemann. Wegens verhuizing kon hij KNA niet meer muzikaal begeleiden. De heer Hoon neemt zijn werk in 1941 over. Hij zal een belangrijke rol in de toekomst van de vereniging gaan spelen.

Beperkingen

Intussen wordt de bezetting steeds meer voelbaar. De concerten brengen weinig geld in het laatje doordat er geen roosjes meer verkocht mochten worden. Later werden de concerten vervangen door rondgangen. Er mocht alleen stilstaand gespeeld worden maar een dergelijke overtreding werd gelukkig met een gemoedelijk praatje afgehandeld, schrijft secretaris M. Vermeulen.

Uiteindelijk heeft KNA het musiceren gestaakt. Vermeulen schrijft: Door de steeds scherpere maatregelen welke door den bezetter werden genomen, was het niet meer mogelijk naar buiten te treden. De repetities hebben we nog tot eind augustus 1944 kunnen volhouden. Doch moesten ze nadien door de ingetreden noodtoestand worden gestaakt. Toen kwam de tijd dat de instrumenten ter zijde werden gelegd. Het werd een droeve winter waardoor er geen muziek meer werd gemaakt.